Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat de inspecteur terecht de naheffingsaanslagen dividendbelasting aan X BV heeft opgelegd. C Sàrl is namelijk niet de uiteindelijk gerechtigde geweest tot de betalingen. Ook moet het tussenschuiven in de structuur van C Sàrl als misbruik van EU-recht worden beschouwd.

X BV, de rechtsopvolger van A BV, hangt binnen een internationaal conglomeraat van ondernemingen met aan het hoofd het Amerikaanse A LLC (een ‘private-equity’-onderneming) en het op de Kaaimaneilanden gevestigde A LP. Het belang in A BV wordt gehouden via Coop NL, een Nederlandse holding. In 2014 wordt besloten om de aandelen A BV te verkopen aan een Franse private equity onderneming, Q. Coop NL levert vervolgens 69,33% van de aandelen in A BV aan B Sàrl, een tussenhoudster van Q en deelt de resterende aandelen uit aan haar leden. A LP houdt vanaf dat moment 15,37% van de aandelen A BV via haar dochter B LP. Begin 2015 richt B LP het Luxemburgse C Sàrl op. Deze vennootschap wordt in de structuur tussengeschoven en neemt de aandelen A BV over tegen uitreiking van letteraandelen en ‘Preferred Equity Certificates’ (PEC’s). A BV keert vervolgens meerdere keren dividend uit aan C Sàrl, zonder inhouding van dividendbelasting door toepassing van de inhoudingsvrijstelling. In 2018 wordt C Sàrl geliquideerd. De enige activiteiten die C Sàrl gedurende haar bestaan heeft ontplooid zijn het houden van aandelen A BV, en het ontvangen en doorbetalen van bedragen van A BV. De inspecteur is van mening dat de inhoudingsvrijstelling ten onrechte is toegepast en dat C Sàrl louter is tussengeschoven om dividendbelasting te besparen. Hij legt daarom naheffingsaanslagen dividendbelasting op aan X BV. Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de inhoudingsvrijstelling niet van toepassing is, omdat C Sàrl niet de uiteindelijk gerechtigde is en het tussenschuiven van C Sàrl is aan te merken als misbruik van EU-recht.

Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat de inspecteur terecht de naheffingsaanslagen dividendbelasting aan X BV heeft opgelegd. C Sàrl is namelijk niet de uiteindelijk gerechtigde geweest tot de betalingen. Ook moet het tussenschuiven in de structuur van C Sàrl als misbruik van EU-recht worden beschouwd. Het hof overweegt hierbij dat de toepassing van de inhoudingsvrijstelling de implementatie vormt van de Moeder-dochter Richtlijn (MDR) en daarom een EU-rechtelijk voordeel betreft. De MDR heeft tot doel om hergroeperingen van vennootschappen op het niveau van de EU te vergemakkelijken. Het is in strijd met deze doelstelling om de inhoudingsvrijstelling toe te passen nu het tussenschuiven van C Sàrl slechts tot doel heeft dat haar achterliggende investeerders buiten de EU profiteren van de fiscale voordelen die voortvloeien uit toepassing van de MDR. De naheffingsaanslagen blijven in stand.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet op de dividendbelasting 1965 artikel 4

Wet op de dividendbelasting 1965 artikel 4

Wet op de dividendbelasting 1965 artikel 4

Instantie: Hof 's-Hertogenbosch

Rubriek: Dividendbelasting, Europees belastingrecht

Editie: 13 februari

Informatiesoort: VN Vandaag

22

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen