De bronbelasting blijft zeer effectief in de bestrijding van rente- en royaltystromen naar laagbelaste landen. Dit stelt Staatssecretaris Heijnen van Financiën in de jaarlijkse monitoringsbrief over de effectiviteit van maatregelen tegen belastingontwijking door multinationals.

Uit de analyse blijkt dat verschillende kernmaatregelen inmiddels solide effecten laten zien, terwijl andere onderdelen nog beperkt resultaat opleveren of lastig meetbaar blijven. De bronbelasting op rente- en royaltystromen blijft een van de meest effectieve instrumenten. Uit DNB‑statistieken blijkt dat de totale inkomensstroom naar laagbelaste jurisdicties daalde van € 37 miljard in 2019 naar € 6,5 miljard in 2024. Deze stroom bestaat vooral uit dividenden en ingehouden winsten, namelijk € 5,2 miljard. Voor de dividendstromen is er geen scherpe daling te zien, ondanks de uitbreiding van de bronbelasting in 2024. Een belangrijke verklaring is dat de statistieken van DNB geen rekening houden met fiscale transparantie, waardoor betalingen aan laagbelaste jurisdicties worden geconstateerd maar bij achterliggende participanten wel degelijk worden belast.

De beperking van de liquidatie‑ en stakingsverliesregeling blijkt eveneens effectief met betrekking tot verliezen buiten de EU/EER die groter zijn dan € 5 miljoen. Deze daalde van meer dan € 2 miljard in 2018 naar € 0,2 miljard in 2022. De verwachting is dat dit bedrag verder zal dalen omdat steeds minder gebruik zal kunnen worden gemaakt van het overgangsregime. Nieuw dit jaar is de eerste effectmeting van de Wet tegengaan mismatches bij toepassing van het zakelijkheidsbeginsel. De cijfers laten een sterke daling zien van neerwaartse aanpassingen zonder corresponderende opwaartse correctie in het buitenland. Informele kapitaalstortingen daalden van een piek van € 17,4 miljard in 2019 naar € 2,8 miljard in 2022. Verder tonen statistieken over directe buitenlandse investeringen een duidelijke trendbreuk sinds 2018, met een scherpe daling van doorstroomvennootschappen. Zowel DNB als CBS wijzen hierbij de Nederlandse en internationale anti‑ontwijkingsmaatregelen aan als voornaamste oorzaak. Tot slot worden in de brief actuele ontwikkelingen binnen de EU en OESO, waaronder Pijler 1 en 2, FASTER, het ingetrokken Unshell‑voorstel en lopende uitbreidingen van gegevensuitwisseling (DAC8–DAC10) besproken.

[Nieuwsbron] [Nieuwsbron]

Rubriek: Belastingrecht algemeen, Vennootschapsbelasting, Internationaal belastingrecht, Bronbelasting

Regelgevende instantie: Ministerie van Financiën

Editie: 17 december

Informatiesoort: VN Vandaag

156

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen