X woont in Nederland en wordt op 8 maart 2022 door de politie staande gehouden in een auto met Frans kenteken. Volgens X is de auto van een vriend uit Frankrijk, die bij hem op bezoek is en naast hem zit tijdens de controle. Rechtbank Zeeland-West-Brabant hecht meer geloof aan de verklaring van de politie, waaruit volgt dat X alleen in de auto zit en verklaart dat hij de auto leent van een vriend uit Frankrijk. In geschil is of de MRB-naheffingsaanslag over de periode waarin de auto op naam staat van een Franse eigenaar terecht is. Ook de verzuimboete van 50% is in geschil.
Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat de inspecteur aannemelijk maakt dat X alleen in de auto zit tijdens een verkeerscontrole en de auto dus feitelijk tot zijn beschikking heeft. X maakt niet aannemelijk dat de auto hem gedurende een deel van de naheffingsperiode niet ter beschikking staat. De boete wordt gematigd tot € 500 omdat de aanslag is opgelegd met een bewijsvermoeden en vanwege de slechte financiële omstandigheden van X. Het hoger beroep is gegrond ten aanzien van de boetebeschikking.
Wetingang:
Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 artikel 34
Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 artikel 6
Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 artikel 7
Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 artikel 37
Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 artikel 13
Instantie: Hof 's-Hertogenbosch
Rubriek: Belastingheffing van motorrijtuigen, Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 9 februari
Informatiesoort: VN Vandaag