X ontvangt sinds 2006 een WIA-uitkering. Na een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep corrigeert het UWV de te lage uitkeringen vanaf 2014 en keert in 2019 twee nabetalingen uit die op meerdere jaren zien. In 2019 ontvangt X in totaal € 40.157 aan bruto-uitkeringen van het UWV en daarnaast loon van Stichting X, waarbij beide inhoudingsplichtigen loonheffingskorting toepassen. Het UWV vergoedt X € 3707 wegens fiscaal nadeel en behandelt de nabetalingen voor de huurtoeslag als bijzondere inkomsten. In hoger beroep is in geschil is of de in 2019 ontvangen WIA-nabetalingen van het UWV volledig tot het belastbare inkomen van X in 2019 behoren.
Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de nabetalingen terecht in 2019 zijn belast als inkomsten van X in 2019. Met de uitbetalingen in 2019 worden de uitkeringen in 2019 genoten als bedoeld in de zin van art. 3.146 Wet IB 2001. Dat was nog niet het geval in de jaren 2014 tot en met 2018. Het hof oordeelt ten overvloede dat het fiscale nadeel dat X door de nabetalingen heeft geleden, lijkt te zijn gedekt door de schadevergoeding van het UWV. Het hoger beroep is ongegrond.
Wetingang:
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.146
Instantie: Hof Arnhem-Leeuwarden
Rubriek: Inkomstenbelasting
Editie: 16 februari
Informatiesoort: VN Vandaag