X leidt A BV, exploitant van tankstations. In 2015 en 2016 koopt A BV van B in Nederland als veraccijnsde diesel gefactureerde minerale olie. FIOD-onderzoek toont aan dat het gaat om ‘designer fuel’ uit België die buiten de accijnsheffing blijft. Leveringen gaan rechtstreeks naar de tankstations van A BV. De Douane constateert dat B 3.362.723 liter aan A BV afzet zonder afdracht van accijns of voorraadheffing. X erkent het bezit van de olie maar stelt onwetend te zijn over het ontbreken van accijns. De inspecteur koppelt facturen en transporten aan Belgische levering van niet-veraccijnsde olie en stelt dat accijns verschuldigd is ongeacht wetenschap. Op deze basis legt de inspecteur een naheffingsaanslag op. In geschil is of X terecht en volledig is aangeslagen voor accijns en voorraadheffing wegens het bezit van niet-veraccijnsde minerale olie.
Hof Amsterdam oordeelt dat X accijns is verschuldigd voor minerale olie die zonder heffing bij A BV terechtkomt. Eventueel ontbrekende wetenschap over deze onregelmatigheid verandert de heffingsplicht niet. De inspecteur maakt aannemelijk dat de minerale olie uit België, zonder geheven accijns, door A BV is ontvangen en dat X de olie voorhanden heeft. De argumenten van X over de transportdocumenten en herkomst worden verworpen. Het hoger beroep is ongegrond, de naheffingsaanslag blijft in stand.
Wetingang:
Instantie: Hof Amsterdam
Rubriek: Accijns en verbruiksbelastingen
Editie: 23 januari
Informatiesoort: VN Vandaag