X ontvangt in 2021 (navorderings)aanslagen IB/PVV en Zvw over de jaren 2016 tot en met 2019. De inspecteur legt daarbij vergrijpboeten op en brengt belastingrente in rekening. Het door X ingediende bezwaar wordt wegens termijnoverschrijding niet‑ontvankelijk verklaard. Rechtbank Noord‑Holland oordeelt dat de termijnoverschrijdingen niet verschoonbaar zijn en verklaart het beroep ongegrond. In hoger beroep voert X opnieuw aan dat zij na een woningbrand en een ziekenhuisopname in 2020 tijdelijk bij haar dochter verbleef. Verder stelt zij dat zij de Nederlandse taal onvoldoende beheerst en dat zij haar post bleef ontvangen op het oude adres. Hierdoor zou zij niet in staat zijn geweest tijdig bezwaar te maken.
Hof Amsterdam oordeelt dat er geen sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding. X schrijft zich pas in 2021 uit op het oude adres, zodat de aanslagen tot dat moment rechtsgeldig zijn bekendgemaakt. Het is aan X om ervoor te zorgen dat post haar tijdig bereikt, bijvoorbeeld door het inschakelen van familie of vrienden. Nu zij hiervoor geen maatregelen heeft getroffen, komen de gevolgen daarvan voor haar rekening. Het hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Wetingang:
Algemene wet bestuursrecht artikel 6.11
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 22J
Instantie: Hof Amsterdam
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 9 januari
Informatiesoort: VN Vandaag