Hof Den Haag oordeelt dat X BV ten onrechte stelt dat uitsluitend het Hof van Justitie  Unierecht mag uitleggen. Het hof acht prejudiciële vragen niet verplicht zolang een rechtsmiddel tegen de nationale uitspraak openstaat.

X BV doet aangifte BPM voor een Bentley Flying Spur en betaalt € 6981. De aangifte berust op een taxatierapport met aanzienlijke schade, terwijl Domeinen Roerende Zaken geen schade vaststelt. De inspecteur legt een naheffingsaanslag BPM van € 7032 op. Na bezwaar handhaaft de inspecteur de aanslag. Rechtbank Den Haag verklaart het beroep gegrond, vermindert de naheffingsaanslag tot € 5382 en kent proces- en immateriële schadevergoedingen toe, maar verwerpt diverse Unierechtelijke grieven. X BV stelt hoger beroep in en bestrijdt onder meer de bevoegdheid van nationale rechters om Unierecht uit te leggen. In geschil is of nationale rechters het Unierecht zelfstandig mogen uitleggen en verplicht zijn prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie te stellen.

Hof Den Haag oordeelt dat nationale rechters, waaronder het hof en de rechtbank, Unierecht zelfstandig moeten toepassen en uitleggen, met inachtneming van de rechtspraak van het Hof van Justitie. Alleen hoogste nationale rechters zijn in bepaalde gevallen verplicht prejudiciële vragen te stellen. Omdat tegen uitspraken van rechtbank en hof hogere rechtsmiddelen openstaan, bestaat geen dergelijke verplichting. Het standpunt van X BV dat alleen het Hof van Justitie Unierecht mag uitleggen acht het hof juridisch onjuist en praktisch onuitvoerbaar. Het hof ziet geen aanleiding prejudiciële vragen te stellen en bevestigt het oordeel van de rechtbank op dit punt.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie artikel 267

Instantie: Hof Den Haag

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 9 maart

Informatiesoort: VN Vandaag

47

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen