X woont in 2020 in Nederland en ontvangt een pensioen uit Duitsland. In geschil is of Nederland hierover sociale premies en inkomstenbelasting mag heffen. X overlegt diverse inlichtingen en standpuntbepalingen van instanties, waarin staat dat alleen Duitsland heffingsbevoegd is. Volgens Rechtbank Noord-Holland dateren deze stukken uit de jaren ’90 toen andere regelgeving gold. Vanaf 1975 ontvangt X een Duitse uitkering wegens arbeidsongeschiktheid, die in 2007 in een pensioen is omgezet. Op basis van de EG-Verordening 883/2004 en het huidige belastingverdrag is uitsluitend Nederland heffingsbevoegd. X stelt in hoger beroep niet in Nederland te wonen.
Hof Amsterdam oordeelt dat X vanaf 1986 onafgebroken op een Nederlands woonadres staat ingeschreven, wat ook als correspondentieadres voor de onderhavige zaak wordt gebruikt, zodat daarmee vaststaat dat hij hier woont. Op basis van het sinds 1 januari 2016 van toepassing zijnde Verdrag met Duitsland en de EG-Verordening 833/2004 is uitsluitend Nederland heffingsbevoegd over het pensioen. Uit een renseignement uit Duitsland blijkt voorts dat het pensioen aldaar niet in enige heffing wordt betrokken. Het beroep is ook voor het overige ongegrond.
Wetingang:
Verordening (EG) Nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels artikel 11
Instantie: Hof Amsterdam
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Sociale zekerheid algemeen, Internationaal belastingrecht
Editie: 30 maart
Informatiesoort: VN Vandaag