X dient aangifte IB/PVV 2022 in naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 9662. Zijn inkomen bestaat uit een WIA-uitkering van het UWV en een buitenlands invaliditeitspensioen. Daarnaast vermeldt hij negatief loon van € 2078 en specificeert hij specifieke zorgkosten, resulterend in een aftrek na drempel van € 1879. De inspecteur legt een aanslag op naar € 13.619 en corrigeert het negatieve loon en de zorgkosten. In bezwaar accepteert de inspecteur uitsluitend het forfait van € 310 voor kleding en beddengoed, zodat het belastbaar inkomen uitkomt op € 13.467. In geschil is of X negatief loon uit WIA-uitkering voor 2022 mag aftrekken en daarnaast hogere specifieke zorgkosten in aanmerking mag nemen.
Hof Den Haag oordeelt dat X, die vermindering van zijn belastbaar inkomen door negatief loon claimt, dit niet aannemelijk maakt. Hij overlegt geen stukken waaruit blijkt dat hij in 2022 te veel ontvangen WIA-uitkering terugbetaalt of waarmee dat jaar verrekening plaatsvindt, terwijl een lagere uitkering wegens een buitenlands invaliditeitspensioen geen negatief loon vormt. Voor de specifieke zorgkosten toont X evenmin met documenten aan welke uitgaven hij in 2022 doet en dat deze op hem drukken, zodat uitsluitend het door de inspecteur geaccepteerde forfait voor kleding en beddengoed resteert en het hoger beroep ongegrond blijft.
Wetingang:
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.81
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 6.1
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 6.17
Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001 artikel 37
Instantie: Hof Den Haag
Rubriek: Inkomstenbelasting, Loonbelasting
Editie: 4 maart
Informatiesoort: VN Vandaag