X BV registreert negen gebruikte, grotendeels zeer luxueuze auto’s en voldoet hiervoor BPM op aangifte. Voor meerdere Ferrari’s en een Rolls Royce bepaalt X BV de handelsinkoopwaarde via taxatierapporten die aansluiten bij koerslijsten van andere merken, zoals Bentley en Lamborghini. De inspecteur berekent een hogere BPM en legt naheffingsaanslagen op. De rechtbank verklaart enkele beroepen gegrond. Beide partijen stellen vervolgens hoger beroep in.
In geschil is of X BV bij de BPM voor diverse geïmporteerde luxe auto’s de handelsinkoopwaarde mag bepalen met taxatierapporten gebaseerd op koerslijsten van referentievoertuigen van een ander merk en model.
Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat de taxatiemethode wel ruimte biedt voor gebruik van een referentievoertuig, maar eist dat dit voertuig gelijksoortig is en in eigenschappen en kenmerken, zoals model, type, aandrijving en uitrusting, het dichtst aansluit bij de te registreren auto. De door X BV gekozen referentievoertuigen verschillen in merk, model, CO2-uitstoot en uitrusting en kwalificeren daarom niet als gelijksoortig. De enkele omstandigheid dat het allemaal zeer luxueuze sportauto’s zijn acht het hof onvoldoende. X BV maakt de door haar verdedigde handelsinkoopwaardes daardoor niet aannemelijk, zodat het hof voor de betrokken auto’s aansluit bij de door de rechtbank vastgestelde waarden.
Wetingang:
Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 artikel 9
Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 artikel 10
Instantie: Hof 's-Hertogenbosch
Rubriek: Belastingheffing van motorrijtuigen
Editie: 13 februari
Informatiesoort: VN Vandaag