X dient aangifte IB/PVV 2021 in naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 14.559 en brengt daarin € 8412 aan specifieke zorgkosten in aftrek. De aanslag wordt conform aangifte opgelegd. Na ontvangst van gewijzigde aangiften over 2017-2020 met daarin hogere specifieke zorgkosten vraagt de inspecteur om nadere informatie over 2021, waarop de gemachtigde toelichtingen en stukken aanlevert. De inspecteur legt daarna een navorderingsaanslag op naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 16.579 en vermindert de aftrek specifieke zorgkosten naar € 6392. In geschil is of een nieuw feit de navordering rechtvaardigt en of de inspecteur de aftrek specifieke zorgkosten juist vaststelt.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de inspecteur bij het opleggen van de primitieve aanslag in redelijkheid op de juistheid van de aangifte mag vertrouwen en geen nader onderzoek hoeft te doen. De later ontvangen informatie over eerdere jaren vormt een nieuw feit dat navordering rechtvaardigt. De inspecteur neemt terecht slechts € 300 aan extra kosten voor kleding en beddengoed in aanmerking, omdat X hogere uitgaven niet met stukken onderbouwt. De inspecteur stelt de vervoerskosten vast op € 4536, ondanks dat de kosten van X niet hoger waren dan de kosten van de maatman. Het beroep is ongegrond.
Wetingang:
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 6.16
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 6.17
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 6.17
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 16
Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001 artikel 38
Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Rubriek: Inkomstenbelasting, Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 9 maart
Informatiesoort: VN Vandaag