Aan X is de IB-aanslag 2015 opgelegd, waarbij zijn aangegeven box 1-inkomen is verhoogd tot € 495.355. In 2017 is in zijn woning namelijk een grote hennepkwekerij aangetroffen. Voorts is een 50% vergrijpboete van € 120.972 opgelegd. Kort daarna volgt een navorderingsaanslag over hetzelfde jaar, waarbij uitsluitend de eerder toegepaste verliesverrekening is teruggenomen. Volgens Hof Amsterdam is het enige geschilpunt of het verzoek om ambtshalve vermindering van de navorderingsaanslag terecht is afgewezen. De hoogte van het inkomen en de boete staan dus vast. Volgens de Hoge Raad (7 maart 2025, 23/03651, ECLI:NL:HR:2025:360, V-N 2025/12.12) had X echter ook bezwaar gemaakt tegen de primitieve aanslag en de boete. De inspecteur had de betreffende brieven daarom mede moeten aanmerken als een verzoek om ambtshalve vermindering daarvan. Op dat verzoek is niet binnen acht weken beslist (fictieve weigering). Het hof had de daartegen gerichte klachten van X niet mogen passeren. Volgt verwijzing. De aanslag is door de inspecteur inmiddels ambtshalve verminderd tot € 200.957 en de boete is (uiteindelijk) vastgesteld op € 20.000.
Hof Den Haag oordeelt dat X niet de vereiste aangifte over 2015 heeft gedaan, zodat de bewijslast wordt omgekeerd en verzwaard. Dit geldt ook met betrekking de hoogte van de aanslag na de ambtshalve vermindering. De inspecteur heeft de vermindering gebaseerd op de uitkomsten van de strafzaken tegen X. Dit is een redelijke en niet willekeurige schatting. De boete hoeft niet gematigd te worden. Het staat namelijk vast dat X de inkomsten uit hennepteelt heeft genoten, dat X die ten minste voorwaardelijk opzettelijk niet in zijn aangifte heeft vermeld en dat de inspecteur de boete wegens het overschrijden van de redelijke termijn al maximaal heeft verminderd. Het hof handhaaft de aanslag zoals deze door de inspecteur ambtshalve is verminderd.
Wetingang:
Algemene wet bestuursrecht artikel 4.13
Algemene wet bestuursrecht artikel 6.12
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 9.6
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 67D
Instantie: Hof Den Haag
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Inkomstenbelasting
Editie: 30 maart
Informatiesoort: VN Vandaag