X verstrekt in 2010 een Tanta Agaath-lening van € 50.000 aan zijn zoon die een onderneming is gestart. X waardeert de lening in zijn IB-aangifte over 2016 af met € 24.100. De inspecteur heeft dit gecorrigeerd en hierover is door X vergeefs geprocedeerd (zie: V-N 2025/21.2.1). De inspecteur stelt op verzoek van X bij beschikking vast welk deel van de deels kwijtgescholden lening niet meer voor verwezenlijking vatbaar is. In geschil is of deze beschikking terecht op nihil is vastgesteld. Volgens X mocht de inspecteur vanwege het destijds nog lopende beroep tegen de aanslag IB/PVV 2016, in de bezwaarfase, geen informatie meer bij hem opvragen, zodat terugwijzing moet volgen.
Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat de onderhavige procedure weliswaar inhoudelijk samenhangt met de procedure over de IB-aanslag 2016, maar dat de inspecteur bevoegd bleef om informatie op te vragen. Het stond de inspecteur vrij om informatie bij eiser op te vragen, een hoorgesprek te plannen en uitspraak op bezwaar te doen, omdat de procedure over de beschikking op dat moment nog niet onder de rechter was. X heeft geen onderzoek gedaan naar de winstprognose van de onderneming van zijn zoon en/of naar de verhaalsmogelijkheden op zijn privévermogen en toekomstige inkomsten. X maakt dus niet aannemelijk dat de lening op het moment van kwijtschelden niet meer voor verwezenlijking vatbaar was. Het beroep van X is ook voor het overige ongegrond.
Wetingang:
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 47
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 5.17
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 6.8
Instantie: Rechtbank Noord-Nederland
Rubriek: Huwelijksvermogensrecht, Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 27 februari
Informatiesoort: VN Vandaag