X is een ondernemingspensioenfonds. De werkzaamheden van X bestaan uit het innen en administreren van premiebetalingen, de communicatie met de deelnemers over hun pensioenopbouw, het toezien op pensioenuitkeringen en de zorg voor rapportages aan externen. X heeft de verplichting op zich genomen om de deelnemers van een pensioen te voorzien volgens de gemaakte afspraken. Daarvoor stelt X een beleggingsbeleid vast. Uit het Financieel Crisisplan 2016 volgt dat X desnoods een herstelplan moet opstellen, om haar verplichting te kunnen blijven voldoen. X stelt dat zij slechts een pensioenregeling uitvoert, waardoor haar diensten kwalificeren als pensioenadministratie dat is belast met BTW. Op grond daarvan vraagt X voorbelasting terug over het tweede kwartaal van 2020. De inspecteur stelt dat sprake is van vrijgestelde verzekeringshandelingen en verleent geen teruggaaf. X gaat in beroep. In geschil is of de activiteiten van X vrijgestelde verzekeringshandelingen zijn of niet.
Hof Den Bosch oordeelt dat de diensten van X kwalificeren als BTW-vrijgestelde verzekeringsdiensten. X neemt niet uitsluitend de administratieve pensioentaken over, maar ook alle andere taken en verantwoordelijkheden van een ondernemingspensioenfonds. X is verantwoordelijk voor het gehele reilen en zeilen van het fonds. X' hoger beroep is ongegrond.
Wetingang:
Wet op de omzetbelasting 1968 artikel 11
Instantie: Hof 's-Hertogenbosch
Rubriek: Omzetbelasting
Editie: 23 januari
Informatiesoort: VN Vandaag