X BV dient 20 september 2022 een aangifte BPM in voor een gebruikte Jeep Grand Cherokee en voldoet 27 september 2022 € 1461 BPM op aangifte. Zij baseert de aangifte op een taxatierapport met een historische nieuwprijs van € 102.325 en een handelsinkoopwaarde van € 4765, inclusief € 17.748 schadeaftrek en € 3500 kilometerstandcorrectie, zonder inkoopfactuur. Op verzoek toont X BV de auto aan DRZ, die een handelsinkoopwaarde van € 19.502 berekent, uitgaande van dezelfde koerslijst maar slechts € 3011 schade. De inspecteur legt een naheffingsaanslag BPM van € 4517 en € 18 belastingrente op en verklaart het bezwaar ongegrond. In geschil is of X BV voor deze gebruikte auto de taxatiemethode mag toepassen zonder inkoopfactuur en of dat Unierechtelijk toelaatbaar is.
Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat X BV de BPM niet via de taxatiemethode mag berekenen, omdat haar taxatierapport zonder inkoopfactuur de formele eisen niet vervult. De Wet BPM en de Uitvoeringsregeling vereisen dat een belastingplichtige bij toepassing van de taxatiemethode een inkoopfactuur of -verklaring overlegt. Omdat X BV geen inkoopfactuur verstrekt, voldoet haar taxatierapport niet aan onderdeel 3.6 van bijlage I van de de Uitvoeringsregeling. De rechtbank acht deze formele eis verenigbaar met art. 110 VWEU en de Unierechtelijke beginselen van gelijkwaardigheid, doeltreffendheid en evenredigheid. De inspecteur mag daarom uitgaan van de koerslijstwaarde en legt terecht de naheffingsaanslag BPM op. Het beroep van X BV is ongegrond.
Wetingang:
Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 artikel 10
Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie artikel 110
Instantie: Rechtbank Noord-Nederland
Rubriek: Belastingheffing van motorrijtuigen
Editie: 20 maart
Informatiesoort: VN Vandaag