Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de inspecteur zijn verzoek om geheimhouding van het mandaatbesluit onvoldoende concretiseert en wijst het verzoek af.

De inspecteur dient een verzoek in om anoniem te procederen door het mandaatbesluit geheim te houden. Volgens de inspecteur volgen X en haar partner het soevereine gedachtegoed en is er in deze zaak een dreiging bekend waardoor de veiligheid van Belastingdienst-medewerkers in het geding is. De inspecteur biedt aan het mandaatbesluit uitsluitend aan de rechtbank te tonen.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de inspecteur zijn verzoek om geheimhouding van het mandaatbesluit onvoldoende concretiseert en wijst het verzoek af. Uit de stukken in de hoofdzaak of uit openbare bronnen volgt geen steun voor een concrete dreiging. De enkele verwijzing naar het soevereine gedachtegoed is onvoldoende om het belang van de inspecteur zwaarder te laten wegen dan het belang van X bij toetsing van het mandaat. De geheimhoudingskamer wijst daarom het verzoek tot geheimhouding af en biedt de inspecteur een termijn van twee weken om te bepalen of hij de betreffende stukken alsnog in het geding brengt.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Algemene wet bestuursrecht artikel 8.29

Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 26 maart

Informatiesoort: VN Vandaag

14

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen