Een betere afstemming van controles en een meer geïntegreerde werkwijze tussen de betrokken onderdelen moet leiden tot een meer samenhangende en effectieve controleaanpak voor zowel (eerste) voorlopige aanslag (E(VA)) als definitieve aanslag (DA). Dat antwoordt Staatssecretaris Heijnen van Financiën op Kamervragen.

Deze vragen zijn gesteld door het lid Inge van Dijk (CDA) naar aanleiding van het bericht ‘Versnippering binnen fiscus leidt tot grote verschillen tussen voorlopige en definitieve aanslagen IB’.

De EVA is gebaseerd op gegevens uit voorgaande jaren, die veelal door burgers aan de Belastingdienst zijn verstrekt. Aangezien deze gegevens onderhevig zijn aan wijzigingen, zal de EVA afwijken van de DA. Dat is volgens Heijnen een voorzien onderdeel van het stelsel, en een verschil is daarmee te rechtvaardigen. Het minimaliseren van verschillen tussen de (E)VA en de DA behoort tot de gezamenlijke taakopdracht en doelstellingen van alle betrokken directies en ketens binnen de Belastingdienst. De Belastingdienst is hierin wel afhankelijk van de medewerking van burgers. Een mogelijke verbetering is om het formulier en/of het proces voor het indienen van een wijzigingsverzoek voor de VA gebruiksvriendelijker en beter kenbaar te maken. Daarnaast worden er al campagnes ingezet om burgers te stimuleren tijdig een wijzigingsverzoek in te dienen.

Wetingang:

Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 11

Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 13

[Nieuwsbron] [Nieuwsbron] [Nieuwsbron] [Nieuwsbron]

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Inkomstenbelasting

Regelgevende instantie: Ministerie van Financiën

Editie: 23 februari

Informatiesoort: VN Vandaag

26

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen