Clearinghouse I. SA wikkelt transacties af tussen haar leden voor de aankoop van gas en elektriciteit. Het komt dan voor dat I. SA de facturen voor de aankoop van gas en elektriciteit nog niet tijdens het belastingtijdvak heeft ontvangen, maar dat zij de facturen wel vóór de indiening van de aangifte voor dat tijdvak in haar bezit heeft. I. SA vraagt daarom om een individuele interpretatie over haar recht op BTW-aftrek bij de Poolse Belastingdienst. De fiscus antwoordt dat de uitoefening van het recht op aftrek van de voorbelasting afhankelijk is van de vervulling van formele voorwaarden, waaronder de ontvangst van een factuur. De fiscus merkt daarbij ook op dat dit niet tot gevolg heeft dat I. SA haar recht op BTW-aftrek verliest. De Poolse rechter stelt een prejudiciële vraag in deze zaak. Het Hof van Justitie EU heeft de zaak doorgezonden naar het Gerecht.
Het Gerecht oordeelt dat het in strijd met het EU-recht is dat Polen de aftrek van BTW-voorbelasting niet toestaat aan I. SA voor facturen die zij weliswaar ontvangt vóór indiening van de aangifte, maar niet gedurende het belastingtijdvak. Het Gerecht overweegt daarbij dat I.SA dan tijdelijk de BTW-last zou dragen als zij de BTW over de handelingen die zij heeft verricht in het tijdvak waarin het recht op aftrek is ontstaan niet in aftrek kan brengen. Dit is in strijd met de beginselen van neutraliteit van de BTW en evenredigheid, en ook van onmiddellijke aftrek van de voorbelasting.
Wetingang:
Instantie: Gerecht van de Europese Unie
Rubriek: Omzetbelasting, Europees belastingrecht
Editie: 13 februari
Informatiesoort: VN Vandaag