De Hoge Raad oordeelt dat voor het antwoord op de vraag of X als beroepsbeoefenaar op het gebied van de individuele gezondheidszorg in de zin van art. 4:59 BW moet worden aangemerkt, niet beslissend is of zij BIG-geregistreerd was. X kan geen rechten ontlenen aan het testament.

X is zorgverlener van thuiszorgorganisatie Icare en verleent sinds 15 oktober 2014 zorg aan Y, die Lewy body dementie heeft. Z, de vrouw van Y, overlijdt in januari 2015. In april 2015 wordt X ontslagen door Icare naar aanleiding van een melding van de kinderen van Y dat X een relatie heeft met Y. X en Y trouwen in 2016. Y overlijdt in augustus 2019. Omdat X door een omissie in het testament uit 2015 niet als mede-erfgenaam is vermeld, vordert X een verklaring voor recht dat het testament zo moet worden uitgelegd dat daarin zowel de kinderen als X tezamen en voor gelijke delen tot erfgenamen zijn benoemd. Rechtbank Gelderland verklaart voor recht dat X op grond van art. 4:59 lid 1 BW geen rechten kan ontlenen aan de inhoud van het testament. Hof Arnhem-Leeuwarden bekrachtigt dit vonnis. X moet als beroepsbeoefenaar op het gebied van de individuele gezondheidszorg worden aangemerkt in de zin van art. 4:59 BW. Dat X niet BIG-geregistreerd is en (nog) niet over het vereiste diploma voor ziekenverzorgster beschikt, is niet relevant. X gaat in cassatie.

De Hoge Raad oordeelt dat voor het antwoord op de vraag of X als beroepsbeoefenaar op het gebied van de individuele gezondheidszorg in de zin van art. 4:59 BW moet worden aangemerkt, niet beslissend is of zij BIG-geregistreerd was. De Hoge Raad bevestigt daarmee het oordeel van het hof. Ook het oordeel van het hof dat Y door X als beroepsbeoefenaar op het gebied van de individuele gezondheidszorg in de zin van art. 4:59 lid 1 BW is verzorgd, en dus niet als mantelzorger in de privésfeer, wordt bevestigd. Van belang is dat Y door X in de periode van 15 oktober 2014 tot 13 april 2015 als zorgverlener bij thuiszorgorganisatie Icare is verzorgd. Ook na het ontslag door Icare is Y door X verzorgd. De Hoge Raad verwerpt het beroep in cassatie van X.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Burgerlijk Wetboek Boek 4 artikel 59

Instantie: Hoge Raad

Rubriek: Schenk- en erfbelasting

Editie: 21 januari

Informatiesoort: VN Vandaag

27

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen