Angst voor terugvordering is een belangrijke reden voor het niet-gebruik van kinderopvangtoeslag. Dit geldt ook voor gratis opvang die in het kader van een pilot in Groningen wordt aangeboden. Dit schrijft Staatssecretaris Eerenberg van Financiën in reactie op Kamervragen.

Voor het recht op kinderopvangtoeslag is het verrichten van betaald werk (hierna: arbeidseis) door de aanvrager en een eventuele toeslagpartner een vereiste. Er zijn uitzonderingen voor de doelgroepen inburgeraars, studerenden en personen die tijdelijk of permanent niet kunnen werken. Controle op de arbeidseis vindt nu grotendeels achteraf plaats op het moment dat toeslag definitief wordt toegekend. In het beoogde nieuwe stelsel hebben wijzigingen alleen gevolgen voor het recht op opvang in de toekomst.

In 2024 kregen 1000 ouders een brief waarin staat dat zij niet voldoen aan de arbeidseis. Ook werden 2700 ouders erop gewezen dat zij niet tot een doelgroep behoren. Volgens de bewindspersoon hebben deze berichten terugvorderingen voorkomen.

Het totale aantal terugvorderingen in 2024 dat samenhangt met de arbeidseis bedroeg € 443. De gemiddelde terugvordering bedroeg € 6772 en het maximale bedrag € 52.699.

Wetingang:

Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen artikel 1

[Nieuwsbron] [Nieuwsbron]

Rubriek: Toeslagen en zorgverzekeringswet, Invordering

Regelgevende instantie: Ministerie van Financiën

Editie: 8 april

Informatiesoort: VN Vandaag

31

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen