Het Hof van Justitie EU oordeelt dat het voucherprogramma van GE niet binnen de werkingssfeer van EG-richtlijn 2006/112 valt. GE verstrekt vouchers aan werknemers in het kader van een programma dat is bedoeld om blijk te geven van waardering voor de beste en productiefste werknemers en om hen te belonen.

Het Britse GE Aircraft Engine Services Ltd. kent een beloningssysteem voor haar personeel. Hierbij kunnen collega’s elkaar nomineren voor een beloning. De beloning bestaat uit een voucher die via een website bij deelnemende detailhandelaren kan worden ingewisseld. Omdat de vouchers afkomstig zijn van buiten de EU (het Amerikaanse hoofdkantoor) geeft GE, op basis van de verleggingsregeling, de voorbelasting over de levering van die vouchers aan. Vervolgens vordert zij dit terug van de Belastingdienst. Wanneer de voucher wordt gebruikt, moet de detailhandelaar BTW betalen over de waarde van de voucher. De Britse fiscus is van mening dat GE BTW is verschuldigd over de waarde van de vouchers. De Britse rechter stelt prejudiciële vragen in deze zaak.

Het Hof van Justitie EU oordeelt dat het voucherprogramma van GE niet binnen de werkingssfeer van EG-richtlijn 2006/112 valt. GE verstrekt namelijk vouchers aan werknemers in het kader van een programma dat is bedoeld om blijk te geven van waardering voor de beste en productiefste werknemers en om hen te belonen. De verstrekking om niet van vouchers strekt ertoe om de prestaties van de werknemers te verbeteren en zodoende ervoor te zorgen dat de onderneming goed loopt en winstgevend is. Deze dienst wordt dan niet verricht voor andere dan bedrijfsdoeleinden en wordt derhalve niet bestreken door art. 26 lid 1 onderdeel b EG-richtlijn 2006/112.

[Bron Uitspraak]

[Nieuwsbron]

Instantie: Hof van Justitie van de Europese Unie

Rubriek: Omzetbelasting, Europees belastingrecht

Editie: 21 november

Informatiesoort: VN Vandaag

  606
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen