X drijft samen met zijn echtgenote een zorgboerderij in een VOF. X' moeder, Y, treedt toe tot de VOF en brengt een gebruiksrecht op de bedrijfsopstallen en overige vermogensbestanddelen in, tegen een winstaandeel van twintig procent. Vervolgens richt Y Z BV op, brengt haar VOF-aandeel en de juridische eigendom van de onroerende zaak in tegen aandelen en Z BV treedt als vennoot tot de VOF toe. X stort daarna € 166.000 op 166 uitgegeven aandelen in Z BV. Na aangifte met beroep op de bedrijfsopvolgingsvrijstelling (BOR) legt de inspecteur een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting op aan X. In hoger beroep is in geschil of Z BV kwalificeert als onroerendezaakrechtspersoon (OZR) en of de BOR van toepassing is.
Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat het ter beschikking stellen van een onroerende zaak tegen een winstafhankelijke vergoeding ook een vorm is van het exploiteren van een onroerende zaak in het kader van de doeleis. Dit betekent dat Z BV kwalificeert als een OZR. Ook de BOR is niet van toepassing op basis van een letterlijke lezing van de wettekst of de doorkijk-arresten, omdat de vervreemder van de aandelen niet een natuurlijke persoon is maar een BV, meer specifiek Z BV. Z BV geeft namelijk nieuwe aandelen uit aan X; hierdoor worden de aandelen in de BV niet verkregen door overdracht van X' moeder, een natuurlijk persoon. Dat de uitgiften van de aandelen leidt tot een verwatering bij de moeder als aandeelhouder doet daar niet aan af. X' hoger beroep is ongegrond.
Wetingang:
Wet op belastingen van rechtsverkeer artikel 4
Wet op belastingen van rechtsverkeer artikel 15
Instantie: Hof 's-Hertogenbosch
Rubriek: Belastingen van rechtsverkeer
Editie: 3 april
Informatiesoort: VN Vandaag