Het Hof van Justitie oordeelt dat het in strijd met het EU-recht is dat Polen de exclusieve bevoegdheid toekent aan een orgaan om uitspraak te doen op een verzoek om een rechter te wraken wegens de omstandigheden waarin hij is benoemd.

MJ en AA, twee Poolse ondernemers zijn verwikkeld in een civiele procedure. Tijdens de gerechtelijke procedure verzoekt AA om wraking van rechter S.C., omdat deze rechter niet rechtsgeldig in het ambt van rechter is benoemd. De Poolse rechter aan wie de zaak wordt toegewezen stelt vragen bij een aantal aspecten van de benoeming van rechter S.C. Zo vraagt de Poolse rechter zich af of de procedure tot benoeming van S.C. verenigbaar is met het EU-recht. Verder wijst deze rechter er op dat een verzoek om een rechter te wraken op grond van onregelmatigheden die zijn begaan bij de benoeming van die rechter niet-ontvankelijk is. Daarnaast speelt dat de kamer voor bijzondere controle en publieke zaken exclusief bevoegd is om de rechtmatigheid van de benoeming van een rechter te onderzoeken. De Poolse rechter beslist dan ook om in deze zaak prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie.

Het Hof van Justitie oordeelt dat het in strijd met het EU-recht is dat Polen de exclusieve bevoegdheid toekent aan een orgaan om uitspraak te doen op een verzoek om een rechter te wraken wegens de omstandigheden waarin hij is benoemd. Daarbij acht het Hof van Justitie ook nog van belang dat dit orgaan niet bevoegd is om een dergelijk verzoek te behandelen als het de rechtmatigheid van de benoemingsprocedure van de betrokken rechter in twijfel trekt. Vervolgens stelt het Hof van Justitie dat het aan de nationale rechter, bij wie een dergelijk verzoek tot wraking is ingediend, is om deze regeling buiten toepassing te laten en zelf de rechtmatigheid van de benoeming van die rechter te onderzoeken. Het is volgens het Hof van Justitie, onder voorwaarden, niet in strijd met het EU-recht dat een rechtsprekende formatie waarin een alleensprekende rechter zitting heeft wordt aangemerkt als een ‘onafhankelijk en onpartijdig gerecht’.

Wetingang:

Verdrag betreffende de Europese Unie artikel 19

Instantie: Hof van Justitie van de Europese Unie

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Europees belastingrecht

Editie: 26 maart

Informatiesoort: VN Vandaag

11

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen