De heffingsambtenaar legt aan X BV zes naheffingsaanslagen parkeerbelasting op voor een auto die X in een blauwe zone parkeert zonder betaling. X werkt bij X BV, parkeert de auto en dient namens zichzelf bezwaar in, met een verzoek om proceskostenvergoeding. Zijn gemachtigde stuurt later een ingebrekestelling wegens niet tijdig beslissen. De heffingsambtenaar vernietigt vervolgens de naheffingsaanslagen, wijst het dwangsomverzoek af en kent geen proceskostenvergoeding toe. X stelt beroep in bij de rechtbank, die de beroepen niet-ontvankelijk verklaart. X gaat in hoger beroep. In geschil is of X procesbelang heeft bij beroep tegen de uitspraken op bezwaar omdat hij vergoeding van proceskosten in bezwaar verlangt.
Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat X procesbelang heeft bij de beroepen tegen de uitspraken op bezwaar, omdat deze kunnen leiden tot toekenning van een proceskostenvergoeding in bezwaar. Het hof verwijst naar jurisprudentie van de Hoge Raad waaruit volgt dat ook beslissingen over proceskosten het belang bij beroep kunnen vormen. Het hof acht aannemelijk dat X voor het betreffende voertuig een geldige bewonersvergunning heeft, waardoor de naheffingsaanslagen zijn vernietigd wegens een aan de heffingsambtenaar te wijten onrechtmatigheid. De heffingsambtenaar dient de bezwaarkosten te vergoeden. Het hof verklaart de beroepen gegrond.
Wetingang:
Algemene wet bestuursrecht artikel 7.15
Instantie: Hof Arnhem-Leeuwarden
Rubriek: Belastingen van lagere overheden, Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 25 februari
Informatiesoort: VN Vandaag