X verzoekt om openbaarmaking van documenten over douanebezoeken aan zijn bedrijf en andere toezichtactiviteiten. De staatssecretaris willigt het verzoek gedeeltelijk in, maar weigert een deel van de stukken (controlerapporten, correspondentie en vastleggingen over belastingplichtigen) met een beroep op art. 67 AWR. Volgens hem vallen deze documenten onder de fiscale geheimhoudingsplicht. Rechtbank Oost-Brabant oordeelt dat art. 67 AWR een bijzondere, uitputtende openbaarmakingsregeling vormt die voorgaat op de Wob.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat de rechtbank het Woo-verzoek mocht afwijzen zonder kennis te nemen van de geheime stukken uit dit fiscale dossier. Art. 67 lid 1 AWR is een bijzondere en uitputtende openbaarmakingsregeling die voorgaat op de Wob (ABRvS 4 november 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2609). Voor documenten die specifiek zijn opgesteld of verkregen in het kader van de belastingheffing geldt in beginsel de fiscale geheimhoudingsplicht. De bestuursrechter hoeft dan niet te beoordelen of er mogelijk nog zaken instaan die niet onder de geheimhoudingsplicht vallen, die beoordeling is aan de civiele rechter. Bij een informatieverzoek dat ziet op een concreet benoemde rechtspersoon mag worden aangenomen dat de stukken in het fiscale dossier onder de geheimhoudingsplicht vallen. Overlegging van die stukken aan de bestuursrechter is dan niet vereist, tenzij er concrete aanwijzingen zijn dat zich daarin ook andere stukken bevinden waarvoor de geheimhoudingsplicht niet geldt. Nu de besluitvorming deels vóór en deels na 1 mei 2022 heeft plaatsgevonden, wordt een deel van het verzoek beoordeeld aan de hand van de Wob en een ander deel aan de hand van de Woo. De rechtbank mocht zonder inzage in het dossier oordelen dat de staatssecretaris het verzoek terecht heeft afgewezen.
Wetingang:
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 67
Instantie: Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 1 april
Informatiesoort: VN Vandaag