X drijft een eenmanszaak en doet aangifte IB/PVV 2019. In 2020 verzoekt de inspecteur herhaaldelijk om gegevens over mogelijke buitenlandse spaarrekeningen. X ontkent dergelijke rekeningen te hebben. De inspecteur dient vervolgens informatieverzoeken in bij buitenlandse autoriteiten en legt daarna een aanslag op. Rechtbank Den Haag draagt de inspecteur op opnieuw uitspraak op bezwaar te doen omdat niet over alle relevante stukken werd beschikt. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. In hoger beroep is alleen de schadevergoeding en proceskostenvergoeding is geschil.
Hof Den Haag oordeelt dat de inspecteur niet onrechtmatig heeft gehandeld door informatieverzoeken bij buitenlandse autoriteiten in te dienen, nu X ontwijkend en onvolledig heeft gereageerd en wél over buitenlandse bankrekeningen blijkt te beschikken. Een vergoeding van proceskosten op grond van art. 8:75 Awb kan niet via een schadevergoedingsverzoek op de voet van art. 8:73 Awb worden verkregen. X levert bovendien geen bewijs voor omzetverlies, reputatieschade of psychische schade. Het hoger beroep is ongegrond.
Wetingang:
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 47
Algemene wet bestuursrecht artikel 8.73
Algemene wet bestuursrecht artikel 8.75
Instantie: Hof Den Haag
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 22 januari
Informatiesoort: VN Vandaag