Rechtbank Den Haag oordeelt dat de recreatiewoning van X niet kwalificeert als eigen woning, omdat zijn hoofdverblijf in een andere plaats ligt.

X is sinds 1997 eigenaar van een recreatiewoning op een recreatiepark. Sinds 2021 staat X in de Basisregistratie Personen ingeschreven op het adres van een woning die hij huurt. In beroep is in geschil of de recreatiewoning kwalificeert als eigen woning voor de Wet IB 2001.

Rechtbank Den Haag oordeelt dat de recreatiewoning van X niet kwalificeert als eigen woning, omdat zijn hoofdverblijf in een andere plaats ligt. X huurt een woning in een andere plaats om dichtbij zijn kinderen en kleinkinderen te zijn en heeft daar ook zijn sociale activiteiten. Het merendeel van zijn uitgaven maakt hij niet in de plaats waar zijn recreatiewoning staat. Het middelpunt van de persoonlijke en economische belangen van X ligt in 2023 in de plaats waar hij een woning huurt. Het beroep is ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.111

Instantie: Rechtbank Den Haag

Rubriek: Inkomstenbelasting, Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 4 februari

Informatiesoort: VN Vandaag

16

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen