De Richtlijn van de belastingkamers van de gerechtshoven inzake vergoeding van proceskosten bij WOZ-taxaties (Stcrt. 2018, 28796) wordt ingetrokken. Aanleiding is het arrest van de Hoge Raad van 13 juni 2025, ECLI:NL:HR:2025:661, V-N 2025/29.16.
De Hoge Raad bepaalt hierin dat de richtlijn van de belastingkamers inzake de vergoeding van proceskosten bij WOZ-taxaties de rechter niet bindt en de rechter ook niet hoeft te motiveren waarom hij van die richtlijn afwijkt. De belastingkamers van de gerechtshoven zien in dit arrest aanleiding om de genoemde richtlijn in te trekken. De gerechtshoven achten het nog steeds gewenst dat gerechten met betrekking tot het toekennen van een vergoeding voor taxatierapporten in WOZ-zaken uniformiteit nastreven. De ontwikkelingen in de praktijk laten echter in toenemende mate een zeer groot verschil in kwaliteit zien van dat wat als taxatierapport wordt gepresenteerd en – in verband daarmee – de tijd die redelijkerwijs nodig was voor de taxatie en het opstellen van het taxatierapport. Daarom vinden de belastingkamers het op dit moment niet zinnig om (nieuwe) algemeen geldende uitgangspunten voor de tijdsbesteding op te stellen. De belastingkamers zien geen aanleiding een overgangstermijn te geven.
Wetingang:
Algemene wet bestuursrecht artikel 8.75
Rubriek: Waardering onroerende zaken, Fiscaal bestuurs(proces)recht
Regelgevende instantie: Raad voor de rechtspraak
Editie: 12 januari
Informatiesoort: VN Vandaag
Focus: Focus