X houdt blijvend letsel over aan twee dienstongevallen, terwijl hij in 2000 en 2002 is gedetacheerd bij de Europese Politiedienst (Europol). Op basis van een interne rechtspositionele regeling krijgt hij van Europol in 2012 een ‘lumpsum’ inclusief rente van € 172.195 wegens blijvende invaliditeit. X geeft de vergoeding niet aan in de IB-sfeer. In geschil is de IB-navorderingsaanslag over 2012. Volgens Hof Den Haag vloeit de lumpsum voort uit het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van Europol, zodat deze is onderworpen aan de interne belastingheffing van Europol. De lumpsum is daarom niet onderworpen aan de Nederlandse IB-heffing, ook al is X sinds februari 2002 niet meer in dienst van Europol. De Staatssecretaris van Financiën stelt in cassatie dat de interne belastingheffing van Europol alleen van toepassing op actieve personeelsleden van Europol en dat de lumpsum geen salaris of emolument is. Beide partijen beroepen zich op uitlatingen van Europol.
De Hoge Raad overweegt dat de uitlatingen van Europol waarop partijen zich beroepen niet bindend zijn voor de Nederlandse administratieve en rechterlijke autoriteiten. De uitlatingen zijn er namelijk niet op gericht de rechtspositie van een personeelslid van Europol vast te stellen en evenmin worden hierdoor diens arbeidsvoorwaarden bepaald. De uitlatingen zijn naar hun inhoud en strekking slechts informatief van aard. Het is dus niet voor redelijke twijfel vatbaar dat de Hoge Raad zelfstandig bevoegd is te beoordelen of de lumpsum is onderworpen aan de interne belastingheffing van Europol. Het doet er niet toe dat tussen het moment van de dienstongevallen en het genietingsmoment van de lumpsum de regelgeving van Europol is gewijzigd. Gelet op de ruime uitleg van het begrip salarissen, lonen en emolumenten is de lumpsum als zodanig aan te merken en valt het zowel onder de oude als de nieuwe regelgeving onder de vrijstelling van nationale belastingen. Het beroep van de Staatssecretaris is ongegrond. Wegens het overschrijden van de redelijke termijn krijgt X een immateriële schadevergoeding van € 2500.
Wetingang:
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.81
Instantie: Hoge Raad
Rubriek: Politierecht, Fiscaal bestuurs(proces)recht, Europees belastingrecht
Editie: 9 februari
Informatiesoort: VN Vandaag