Aan X is een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. X komt in hoger beroep en doet een verzoek om wraking. Dit verzoek wordt ongegrond verklaard. In hoger beroep is in geschil of de naheffingsaanslag terecht is opgelegd.
Hof Amsterdam (V-N 2024/19.1.4) oordeelt in navolging van de rechtbank dat X niet betwist dat hij heeft geparkeerd zonder te betalen. Van een niet bestreden feit hoeft de heffingsambtenaar geen bewijs te leveren. Het hof komt daarom niet toe aan een beoordeling van de vraag of de met de scanauto geproduceerde gegevens al dan niet rechtmatig zijn verkregen en of daarbij zorgvuldig is gehandeld. De stelling van X dat de naheffingsaanslag moet worden vernietigd, omdat deze is gebaseerd op onrechtmatig verkregen bewijs, treft daarom geen doel. De stellingen van X inzake de vermeende schending van de AVG en het EVRM behoeven geen behandeling. X' hoger beroep is ongegrond. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk, omdat het duidelijk niet kan slagen (art. 80a lid 1 Wet RO).
Wetingang:
Instantie: Hoge Raad
Rubriek: Belastingen van lagere overheden
Editie: 17 februari
Informatiesoort: VN Vandaag