Rechtbank Amsterdam oordeelt dat de voorgestelde bewezenverklaring in het afdoeningsvoorstel op voorhand geen recht lijkt te doen aan de overgelegde bewijsmiddelen. Daarnaast lijkt de voorgestelde strafmaat niet passend te zijn bij de voorgestelde bewezenverklaring.

X is verdachte in een strafzaak met een benadelingsbedrag van ongeveer € 603.000 aan omzetbelasting. Op initiatief van het OM zijn procesafspraken gemaakt, bestaande uit onder meer twee maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Op de zitting verzoekt de verdediging om de overeengekomen gevangenisstraf van twee maanden onvoorwaardelijk om te zetten in elektronisch toezicht door middel van een enkelband. Op vragen van de rechtbank stelt de officier van justitie dat hijzonder de procesafspraken ongeveer zes maanden onvoorwaardelijk zou eisen.

Rechtbank Amsterdam oordeelt dat de voorgestelde bewezenverklaring in het afdoeningsvoorstel op voorhand geen recht lijkt te doen aan de overgelegde bewijsmiddelen. Daarnaast lijkt de voorgestelde strafmaat niet passend te zijn bij de voorgestelde bewezenverklaring. Verder is van belang dat er geen volledige overeenstemming lijkt te zijn tussen het OM en de verdediging over de bewezenverklaring, kwalificatie en strafmaat. In het licht daarvan wordt de zaak aangehouden. In afwachting van een nieuwe zitting kunnen het OM en de verdediging opnieuw met elkaar in overleg treden en nieuwe procesafspraken maken.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 69

Instantie: Rechtbank Amsterdam

Rubriek: Omzetbelasting, Strafrecht

Editie: 16 maart

Informatiesoort: VN Vandaag

34

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen