Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de inspecteur de tariefmaatregel bij de persoonsgebonden aftrek van uitgaven voor onderhoudsverplichtingen in de aanslagen IB/PVV 2021 en 2022 terecht toepast.

X doet aangiften IB/PVV 2021 en 2022. In deze aangiften trekt X uitgaven voor onderhoudsverplichtingen als persoonsgebonden aftrek af. De inspecteur legt de aanslagen IB/PVV 2021 en 2022 op conform de aangifte en verhoogt het tarief in de hoogste schijf met 6,5% voor het jaar 2021 en 9.5% voor het jaar 2022, voor zover de persoonsgebonden aftrek het belastbaar inkomen uit werk en woning in die schijf heeft verminderd. In beroep is in geschil of de inspecteur de tariefmaatregel bij de aftrek van uitgaven voor onderhoudsverplichtingen in de aanslagen IB/PVV 2021 en 2022 terecht toepast, gelet op de algemene rechtsbeginselen en internationale discriminatie- en eigendomsnormen.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de inspecteur de tariefmaatregel bij de persoonsgebonden aftrek van uitgaven voor onderhoudsverplichtingen in de aanslagen IB/PVV 2021 en 2022 terecht toepast. De tariefmaatregel vloeit rechtstreeks voort uit de wet en X heeft geen niet-verdisconteerde bijzondere omstandigheden aangevoerd die strikte toepassing onaanvaardbaar maken of onredelijk bezwarend doen uitpakken. De wetgever heeft bij de invoering van de tariefmaatregel expliciet de gevolgen voor partneralimentatie en andere grondslagverminderende posten afgewogen en is daarbij binnen zijn ruime beoordelingsvrijheid gebleven. Het verschil in behandeling tussen betaler en ontvanger van onderhoudsverplichtingen berust volgens de rechtbank op een objectieve en redelijke rechtvaardiging en is niet van redelijke grond ontbloot, zodat geen sprake is van schending van het discriminatieverbod of het recht op eigendom. Omdat de tariefmaatregel al vanaf 2020 geldt en X de alimentatieovereenkomst in 2021 is overeengekomen, is evenmin sprake van wijziging van regels tijdens een lopende overeenkomst. X' beroepen zijn ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 2.10

Protocol bij het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden artikel 1

Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten artikel 26

Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden artikel 14

Grondwet artikel 120

Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Rubriek: Inkomstenbelasting

Editie: 25 maart

Informatiesoort: VN Vandaag

10

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen