X doet op 2 december 2019 BPM-aangifte voor een gebruikte Volkswagen Tiguan 2.0 TSI 4Motion Highline. Volgens de BPM-aangifte is de historische bruto BPM van de auto € 14.415. Bij de aangifte is een taxatierapport gevoegd. Het taxatierapport vermeldt een handelsinkoopwaarde in beschadigde staat van € 4500 en reparatiekosten van ruim € 35.000. DRZ constateert op 12 december 2019 dat de auto volledig is hersteld, geen vermelde schades aanwezig zijn en taxeert de waarde op € 26.703. De inspecteur legt op 17 september 2020 een naheffingsaanslag van € 5951 op, later verminderd tot € 5350. X voert aan dat er sprake is van waterschade, en onderbouwt dit met een expertiserapport, facturen en verklaringen. In geschil is of de naheffingsaanslag BPM terecht is opgelegd.
Hof Amsterdam oordeelt dat het taxatierapport niet geschikt is voor de waardebepaling, omdat de opgegeven schade en voertuigstaat niet overeenkomen met de feitelijke toestand bij aangifte. Niet is voldaan aan de vereisten voor toepassing van de taxatiemethode, zoals meer dan normale gebruiksschade op dat moment. Daarom geldt de koerslijstmethode waarbij resterende schade en schadeverleden geen extra waardevermindering opleveren. De gehanteerde koerslijstwaarde en historische nieuwprijs zijn onbetwist. Het hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank en laat naheffingsaanslag en belastingrente in stand. X' beroep is ongegrond.
Wetingang:
Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 artikel 10
Instantie: Hof Amsterdam
Rubriek: Belastingheffing van motorrijtuigen
Editie: 9 januari
Informatiesoort: VN Vandaag