X ontvangt op 26 april 2021 van de gemeente Amsterdam een brief over haar woning en de overstap naar eeuwigdurende erfpacht. In de brief staat dat X binnen zes maanden een WOZ-beschikking 2015 of 2016 kan aanvragen. X vraagt pas in november 2022 een WOZ-beschikking 2015 aan. De heffingsambtenaar wijst dit verzoek af wegens termijnoverschrijding en verklaart het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk. X gaat in bezwaar en (hoger) beroep. Rechtbank Amsterdam verklaart X' beroep ongegrond. In hoger beroep is in geschil of de heffingsambtenaar terecht weigert een WOZ-beschikking 2015 af te geven na een verlaat verzoek bij de overstap naar eeuwigdurende erfpacht.
Hof Amsterdam oordeelt dat de heffingsambtenaar geen WOZ-beschikking 2015 hoeft af te geven, omdat X het verzoek pas ongeveer een jaar na afloop van de duidelijke zesmaandentermijn heeft ingediend. X geeft in geen enkele fase een concrete, verschoonbare reden voor deze vertraging. Het hof acht de door de gemeente geschetste procedure duidelijk en acht de rechtsbescherming voldoende gewaarborgd via bezwaar, beroep en hoger beroep. Ook X' beroep op art. 19 VEU slaagt niet, omdat geen sprake is van een onder het Unierecht vallend gebied. Het hof verklaart X' hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Wetingang:
Wet waardering onroerende zaken artikel 28
Verdrag betreffende de Europese Unie artikel 19
Instantie: Hof Amsterdam
Rubriek: Belastingrecht algemeen
Editie: 13 maart
Informatiesoort: VN Vandaag