Het Hof van Justitie oordeelt dat het in strijd met het EU-recht is dat aan Harry het recht op BTW-teruggaaf wordt ontzegd, en de toegang tot de rechter wordt geweigerd, omdat het verzoek om BTW-teruggaaf als niet ingediend wordt beschouwd door een technische storing bij de elektronische indiening ervan.

BX (Marhaux) woont in België en ontvangt daar, naast zijn inkomsten als bedrijfsleider, ook inkomsten uit Luxemburg en Frankrijk. In zijn aangiften brengt hij de onderhoudsuitkeringen aan zijn dochter en ex-partner in aftrek. Deze kosten worden door de Belgische Belastingdienst slechts naar rato van zijn Belgische inkomsten in aftrek toegelaten. X is het hier niet mee eens. Volgens de Belgische rechter moet Frankrijk ook een deel van de uitkeringen in aftrek accepteren. Frankrijk weigert dat echter omdat de dochter en ex-partner niet in Frankrijk wonen, maar in België. De Belgische rechter stelt een prejudiciële vraag in deze zaak.

Het Hof van Justitie oordeelt dat België in strijd met het EU-recht handelt door aftrek van de onderhoudsuitkeringen aan de dochter en ex-partner van BX deels te weigeren. Ingezetenen die, anders dan BX, geen Franse inkomsten genieten hebben namelijk volledig recht op deze aftrek. Dat Frankrijk de aftrek weigert omdat de dochter en de ex-partner niet in Frankrijk wonen acht het Hof van Justitie minder van belang. De Belgische regelgeving vormt een belemmering van het vrije verkeer van werknemers.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Richtlijn 2006/112/EG van de Raad betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde artikel 170

Richtlijn 2006/112/EG van de Raad betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde artikel 171

Instantie: Hof van Justitie van de Europese Unie

Rubriek: Omzetbelasting, Europees belastingrecht

Editie: 17 maart

Informatiesoort: VN Vandaag

14

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen