X is in 2013 tot en met 2016 via eigen en gelieerde BV's werkzaam als gespecialiseerd IT-consultant. Het aangegeven loon is steeds veel lager dan het wettelijk minimum dat als gebruikelijk loon heeft te gelden. Na een boekenonderzoek stelt de inspecteur dat X ruim € 1 mln. heeft onttrokkenen dat dit is verbloemd door in rekening courant oneigenlijke crediteringen op te voeren. In geschil zijn de aanslagen IB/VV 2013 tot en met 2018 en de 50% vergrijpboeten.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat gelet op de hoogte van de boekingen naar privérekeningen en de wijze waarop die boekhoudkundig zijn verwerkt het aannemelijk is dat X bewust niet de vereiste aangiften deed en dat deze onttrekkingen als genoten loon hebben te gelden. De bewijslast wordt omgekeerd en verzwaard. X stelt vergeefs dat de boekingennaar privérekeningenzakelijke kosten van de BV's betreffen en dat de inspecteur hem op dit punt gedeeltelijk is gevolgd in het kader van compromisbesprekingen. De correcties zijn gebaseerd op redelijke en niet willekeurige schattingen.De boeten worden gematigd tot in totaal € 182.400.
Wetingang:
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.8
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.25
Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden artikel 6
Wet op de loonbelasting 1964 artikel 12A
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 27E
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 67D
Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Rubriek: Inkomstenbelasting, Fiscaal bestuurs(proces)recht, Loonbelasting
Editie: 4 februari
Informatiesoort: VN Vandaag