Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat X zijn nieuwe (post)adres niet tijdig heeft gewijzigd en/of doorgegeven aan de inspecteur, zodat de verzending van de aanmaning aan een onjuist adres de inspecteur niet kan worden tegengeworpen.

X dient zijn IB-aangifte over 2021 te laat in. In geschil is of terecht een verzuimboete van € 385 is opgelegd. Volgens X woonde hij ten tijde van het verzenden van de aanmaningsbrief niet meer op het adres zoals was opgenomen in de Basisregistratie personen (BRP), omdat de gemeente pas maanden later instemde met de inschrijving op het adres waar hij daadwerkelijk verbleef. 

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat X zijn nieuwe (post)adres niet tijdig heeft gewijzigd en/of doorgegeven aan de inspecteur, zodat de verzending van de aanmaning aan een onjuist adres de inspecteur niet kan worden tegengeworpen. Het bezwaar is door de inspecteur terecht wegens termijnoverschrijding niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om ambtshalve vermindering is terecht afgewezen. De boete is passend en geboden, ondanks dat X om matiging vanwege zijn financiële omstandigheden heeft verzocht. Het verzoek is namelijk niet verder toegelicht en volgens de inspecteur beschikt X over voldoende liquide middelen. De boete is minder dan € 1000, zodat geen vergoeding wegens het overschrijden van de redelijke termijn wordt toegekend.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 67A

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 9.6

Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden artikel 6

Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 5 januari

Informatiesoort: VN Vandaag

24

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen