X maakt bezwaar tegen zijn WOZ-beschikking en OZB-aanslag en vraagt toezending van de taxatiekaart met KOUDV-factoren en de grondstaffel. De heffingsambtenaar stuurt de gevraagde KOUDV-factoren bij de uitspraak op bezwaar. In aanloop naar de hoorzitting hebben de gevraagde stukken wel ter inzage gelegen. In hoger beroep is in geschil of de heffingsambtenaar ter zitting vrij is om terug te komen op zijn stelling dat hij de toezendplicht niet heeft geschonden. Volgens de heffingsambtenaar is dit mogelijk omdat de Hoge Raad op 24 januari 2024, ECLI:NL:HR:2025:106, V-N 2025/6.24 heeft geoordeeld dat de toezendplicht niet wordt geschonden als de gevraagde stukken uiterlijk met de uitspraak op bezwaar worden toegezonden.
Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de heffingsambtenaar in zijn verweerschrift in hoger beroep zijn stelling dat hij de toezendplicht niet heeft geschonden, uitdrukkelijk en ondubbelzinnig intrekt. Het is in strijd met een goede procesorde om ter zitting terug te komen op deze uitdrukkelijk en ondubbelzinnig ingetrokken stelling, onder verwijzing naar een door de Hoge Raad op 24 januari 2025 gewezen arrest. X is door de schending van de toezendplicht echter niet benadeeld. Wel heeft X, omdat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden, recht op een proceskostenvergoeding en een vergoeding van griffiekosten. Ook wordt een schadevergoeding toegekend vanwege overschrijding van de redelijke termijn. X' hoger beroep is gegrond.
Wetingang:
Wet waardering onroerende zaken artikel 40
Algemene wet bestuursrecht artikel 6.22
Wet waardering onroerende zaken artikel 30A
Algemene wet bestuursrecht artikel 7.15
Instantie: Hof Arnhem-Leeuwarden
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 3 maart
Informatiesoort: VN Vandaag