Zollamt Österreich geeft op aanvraag van G GmbH een beschikking inzake bindende tariefinlichtingen voor een als ‘stuwband voor eenmalig gebruik’ omschreven goed. Naar aanleiding van het bezwaar en beroep van G GmbH past de Oostenrijkse rechter (het Bundesfinanzgericht) de indeling aan. De Oostenrijkse douane is het hier niet mee eens. Het Oostenrijkse Verwaltungsgerichtshof stelt vervolgens vast dat het Bundesfinanzgericht de BTI met terugwerkende kracht heeft willen wijzigen, en dat dat op grond van het Douanewetboek niet is toegestaan. Aan de andere kant heeft het Bundesfinanzgericht wel het recht om de BTI te wijzigen en terugwerkende kracht te verlenen aan de beslissing. Het Verwaltungsgerichtshof stelt daarom prejudiciële vragen in deze zaak.
Advocaat-generaal Martín y Pérez de Nanclares concludeert dat Oostenrijk niet in strijd met het EU-recht handelt door terugwerkende kracht te verlenen aan een beslissing over een BTI. De A-G merkt daarbij op dat de werking van een correctie enkel ex nunc niet in overeenstemming is met het in het Douanewetboek nagestreefde doel van het waarborgen van de doeltreffendheid van het beroep. De A-G wijst er verder nog op dat het Hof van Justitie EU in de SmithKline Beecham-zaak (19 januari 2005, C‑206/03) erop heeft gewezen dat de bevoegde autoriteiten en de rechterlijke instanties van een lidstaat binnen de grenzen van hun bevoegdheden alle algemene of bijzondere maatregelen moeten treffen die noodzakelijk zijn om de strijdigheid met het EU-recht van een onjuiste BTI op te heffen.
Wetingang:
Verordening (EU) nr. 952/2013 vaststelling douanewetboek van de Unie artikel 33
Verordening (EU) nr. 952/2013 vaststelling douanewetboek van de Unie artikel 34
Verordening (EU) nr. 952/2013 vaststelling douanewetboek van de Unie artikel 44
Instantie: Gerecht van de Europese Unie
Rubriek: Europees belastingrecht, Fiscaal bestuurs(proces)recht, Douane
Editie: 23 januari
Informatiesoort: VN Vandaag