Stichting X is een TO2-instelling (Toegepast Onderzoek Organisatie). Zij is door de rijksoverheid opgericht en verricht toegepast onderzoek op het gebied van de lucht- en ruimtevaart. In de periode 2010 - 2018 behaalt zij (aanzienlijke) overschotten. Haar inkomsten genereert X in 2016 voor 29,62% uit publiek gesubsidieerd onderzoek, voor 45,41% uit contractonderzoek voor (semi-)publieke partijen en voor 24,97% uit contractonderzoek voor private partijen. In geschil is of X, in verband met de invoering van de belastingplicht voor de VPB voor overheidslichamen per 1 januari 2016, belastingplichtig is voor de VPB. Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat TO2-instelling X vanaf 1 januari 2016 weliswaar belastingplichtig is voor de VPB, maar dat de subjectvrijstelling van art. 6b Wet VPB 1969 van toepassing is. X en de inspecteur gaan in (incidenteel) hoger beroep.
Hof Amsterdam oordeelt dat X een onderneming drijft omdat zij met contractonderzoek structureel exploitatieoverschotten behaalt die niet onder een terugbetalings- of bestedingsverplichting vallen. Het incidenteel hoger beroep faalt. Vervolgens oordeelt het hof dat voor de bekostigingseis in art. 6b Wet Vpb 1969 beslissend is dat publieke middelen de onderzoeksactiviteiten bekostigen, ongeacht een contractuele tegenprestatie. De wetsgeschiedenis biedt onvoldoende steun voor de door de inspecteur voorgestane beperking van het begrip bekostiging. Daardoor telt ook het contractonderzoek voor (semi-)publieke partijen mee, voldoet X aan de 70%-toets en geldt de onderzoeksvrijstelling. Het hoger beroep van de inspecteur faalt.
Wetingang:
Wet op de vennootschapsbelasting 1969 artikel 2
Wet op de vennootschapsbelasting 1969 artikel 6B
Instantie: Hof Amsterdam
Rubriek: Vennootschapsbelasting
Editie: 17 maart
Informatiesoort: VN Vandaag