X BV verkrijgt in 2018 een voortdurend recht van erfpacht op een perceel. De gemeente is grondeigenaar en erfverpachter van het perceel. De jaarlijks te betalen canon bedraagt op dat moment € 6326,02. In verband met een beoogde herontwikkeling van het perceel doet de gemeente een aanbod aan X BV. Dit wordt geaccepteerd. Op 24 april 2023 wordt vervolgens het erfpachtrecht bij notariële akte gewijzigd. Daarbij wordt de canon verhoogd naar € 119.375,02 per jaar. X BV maakt bezwaar tegen de door haar op aangifte voldane overdrachtsbelasting. Zij is van mening dat bij de waardering van de canon geen rekening hoeft te worden gehouden met de toekomstige indexatie van de canon en berekent de maatstaf van heffing op € 463.161,75. De inspecteur komt uit op € 656.317. Hij houdt daarbij wel rekening met toekomstige indexatie.
Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat de inspecteur terecht rekening heeft gehouden met toekomstige indexatie van de erfpachtcanon bij de berekening van het geschatte gemiddelde jaarlijkse bedrag. Het erfpachtrecht is namelijk afhankelijk van een onzekere factor, de CPI-index. De rechtbank wijst er verder op dat de canon in 2068 zal worden herzien. Volgens de toepasselijke bepalingen is dan sprake van een erfpachtrecht tot een onzeker jaarlijks bedrag. In de berekening van het geschatte gemiddelde jaarlijkse bedrag moeten deze onzekere factoren daarom tot uitdrukking komen. Het gelijk is aan de inspecteur.
Wetingang:
Wet op belastingen van rechtsverkeer artikel 6
Wet op belastingen van rechtsverkeer artikel 9
Wet op belastingen van rechtsverkeer artikel 11
Uitvoeringsbesluit belastingen van rechtsverkeer artikel 2
Instantie: Rechtbank Noord-Holland
Rubriek: Belastingen van rechtsverkeer
Editie: 29 januari
Informatiesoort: VN Vandaag