Hof Den Haag oordeelt dat de inspecteur door een uitdrukkelijke, onvoorwaardelijke toezegging in het verweerschrift het vertrouwen wekt dat de naheffingsaanslag bpm vervalt. Daardoor komt de inspecteur in hoger beroep geen beroep op interne compensatie meer toe.

X BV registreert een gebruikte Volkswagen Golf 1.5 TSI en doet bpm-aangifte op basis van een taxatierapport met aanzienlijke schadeaftrek. De aangifte vermeldt een CO2-uitstoot van 123 gr/km en een historische bpm van € 3542, waarna X BV € 1276 betaalt. De RDW keurt de auto en registreert 132 gr/km CO2, waarop de inspecteur een naheffingsaanslag bpm van € 428 oplegt. Na ongegrond bezwaar verklaart de rechtbank het beroep tegen de naheffing ongegrond na een beroep van de inspecteur op interne compensatie.

In geschil is of de inspecteur na zijn ondubbelzinnige toezegging in het verweerschrift nog interne compensatie mag toepassen ter behoud van de naheffingsaanslag bpm.

Hof Den Haag oordeelt dat de inspecteur in het verweerschrift uitdrukkelijk en ondubbelzinnig, zonder enig voorbehoud, het standpunt heeft ingenomen dat het primaire standpunt van X BV gegrond is en dat hij de naheffingsaanslag zou vernietigen. X BV mag hieruit afleiden dat de inspecteur onvoorwaardelijk akkoord is gegaan met vernietiging. Het later, pas maanden nadien, ingenomen standpunt van interne compensatie schendt daarom het vertrouwensbeginsel. Het hof vernietigt de naheffingsaanslag en ontzegt de inspecteur de mogelijkheid tot interne compensatie.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 artikel 3

Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 artikel 9

Instantie: Hof Den Haag

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Belastingheffing van motorrijtuigen

Editie: 16 februari

Informatiesoort: VN Vandaag

19

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen