De regering moet onderzoeken of een overdraagbaar heffingsvrijresultaat van € 1800 in de Wet werkelijk rendement box 3 de gesignaleerde ongelijkheid zou mitigeren (32140, nr. 292). Verder moet worden onderzocht of een doorschuifregeling bij huwelijksvermogensrechtelijke overgangen in box 3 uitvoerbaar is zodat heffing plaatsvindt bij daadwerkelijke realisatie (32140, nr. 293).

Dat is de strekking van twee moties die de Tweede Kamer op 31 maart 2026 heeft aangenomen. De moties zijn ingediend bij het tweeminutendebat over fiscaliteit. Er werden nog drie andere moties aangenomen. In deze moties wordt de regering verzocht:

  • met opties te komen voor een geleidelijker transitiepad voor de youngtimerregeling. En voorts een voorstel voor een e-timerregeling uit te werken, zodat elektrische leaseauto’s die na vier of vijf jaar vrijkomen uit de lease niet langer massaal naar het buitenland worden geëxporteerd (32140, nr. 294);

  • om met prioriteit, vanuit het perspectief van ondernemers, fiscale regelingen met hoge administratieve lasten, waaronder in ieder geval de WKR en de WBSO, te inventariseren, knelpunten in kaart te brengen en in nauwe samenwerking met ondernemers en relevante belangenorganisaties concrete vereenvoudigingsvoorstellen uit te werken (32140, nr. 297);

  • in gesprek te treden met de autosector om te werken aan oplossingsrichtingen voor de onwenselijke effecten van de pseudo-eindheffing (32140, nr. 298).

[Nieuwsbron] [Nieuwsbron] [Nieuwsbron] [Nieuwsbron] [Nieuwsbron]

Rubriek: Inkomstenbelasting, Loonbelasting

Regelgevende instantie: Staten-Generaal

Editie: 1 april

Informatiesoort: VN Vandaag

Dossiers: Box 3

Focus: Focus

19

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen