Uber BV exploiteert een app, waarmee taxiritten worden geboekt. Chauffeurs melden zich aan voor de app en worden onderverdeeld in drie categorieën:
1. Als ze geen chauffeurskaart of ondernemersvergunning hebben, kunnen ze (nog) niet actief worden op het Uber-platform.
2. Chauffeurs met een chauffeurskaart, maar geen ondernemersvergunning, kunnen gaan rijden als ‘Fleet partner’ onder de vlag van andere Uber-chauffeurs.
3. Taxichauffeurs met een chauffeurskaart én een ondernemersvergunning zijn ‘zelfstandig Uber Partner’.
FNV spreekt Uber aan op het naleven van de CAO Taxivervoer. Rechtbank Amsterdam stelt de FNV in het gelijk. In hoger beroep stelt Hof Amsterdam prejudiciële vragen aan de Hoge Raad over het begrip ‘ondernemerschap’ in het Deliveroo-arrest (HR 24 maart 2023, ECLI:NL:HR:2023:443, BNB 2023/95, V-N 2023/15.6). De Hoge Raad antwoordt op 21 februari 2025, ECLI:NL:HR:2025:319, V-N 2025/11.3, dat de vraag of een overeenkomst moet worden aangemerkt als arbeidsovereenkomst, afhangt van alle omstandigheden van het geval in onderling verband bezien (Deliveroo-arrest), en brengt daarbij geen rangorde aan in de genoemde omstandigheden.
Hof Amsterdam oordeelt dat de chauffeurs geen arbeidsovereenkomst hebben, omdat bij hen sprake is van een sterke mate van ondernemerschap. De van belang zijnde factoren zijn: de hoogte van hun investeringen (bijvoorbeeld voor de auto), de vrijheid in het kiezen van de tijdstippen waarop ze werken, de strategie bij het wel of niet accepteren van ritten en de daarbij behorende verdiensten, en het risico op aansprakelijkheid en arbeidsongeschiktheid. Hoewel niet is uit te sluiten dat er individuele chauffeurs zijn die wel op basis van een arbeidsovereenkomst voor Uber werken, zijn er bij gebreke van gegevens met betrekking tot individuele omstandigheden geen individuele chauffeurs of groepen van chauffeurs waarvan is vast te stellen voor wie dat geldt. Volgt vernietiging van het vonnis van de rechtbank.
Wetingang:
Burgerlijk Wetboek Boek 7 artikel 610
Burgerlijk Wetboek Boek 3 artikel 305A
Instantie: Hof Amsterdam
Rubriek: Arbeidsrecht
Editie: 28 januari
Informatiesoort: VN Vandaag
Focus: Focus