Rechtbank Gelderland verklaart het beroep van X BV niet-ontvankelijk. Uit de inhoud van het eerder namens Y BV ingediende pro forma beroepschrift blijkt niet dat door X BV een beroepschrift tegen de aanslag VPB 2019 is ingediend.

De inspecteur legt X BV een aanslag VPB 2019 op en brengt belastingrente in rekening. De inspecteur doet op 14 februari 2024 uitspraak op het door X BV ingediende bezwaar en handhaaft de aanslag. De beroepstermijn eindigt op 27 maart 2024. De rechtbank ontvangt op 20 augustus 2024 het, op 19 augustus 2024 gedateerde, beroepschrift van X BV. Ter zitting verklaart X BV samen met Y BV beroep te hebben ingesteld. De directeur van Y BV heeft eind februari 2024 tijdig een pro forma beroep ingediend.

Rechtbank Gelderland verklaart het beroep niet-ontvankelijk. De beroepstermijn bedraagt zes weken en eindigt op 27 maart 2024. De rechtbank stelt vast dat zij het beroepschrift van X BV pas op 20 augustus 2024 heeft ontvangen. Uit de inhoud van het eerder namens Y BV ingediende pro forma beroepschrift blijkt niet dat door X BV een beroepschrift is ingediend. X BV voert geen reden voor de termijnoverschrijding aan. Er is geen sprake van een verschoonbare termijnoverschrijding.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Algemene wet bestuursrecht artikel 6.7

Algemene wet bestuursrecht artikel 6.9

Algemene wet bestuursrecht artikel 6.11

Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 26C

Instantie: Rechtbank Gelderland

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 6 april

Informatiesoort: VN Vandaag

35

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen