Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de heffingsambtenaar niet aannemelijk maakt dat hij uitspraak op bezwaar heeft gedaan en stelt een beslistermijn vast, onder oplegging van een dwangsom.

X dient op 23 februari 2024 bezwaar in tegen de WOZ-beschikking 2024. De heffingsambtenaar bericht per email dat hij uitspraak op bezwaar heeft gedaan en stuurt diverse uitspraken naar X. X ontvangt na meerdere verzoeken geen uitspraak op bezwaar met betrekking tot een bepaald object. In geschil is of de heffingsambtenaar uitspraak op bezwaar heeft gedaan.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de heffingsambtenaar niet aannemelijk maakt dat hij uitspraak op bezwaar heeft gedaan en stelt een beslistermijn vast, onder oplegging van een dwangsom. De stellingen van X worden voor juist aangenomen, omdat de heffingsambtenaar geen verweer voert. De heffingsambtenaar moet binnen twee weken alsnog uitspraak op bezwaar doen. De dwangsom bedraagt € 50 per dag met een maximum van € 7.500. De al verschuldigde dwangsom bedraagt € 1442.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Algemene wet bestuursrecht artikel 4.17

Algemene wet bestuursrecht artikel 4.18

Algemene wet bestuursrecht artikel 6.12

Algemene wet bestuursrecht artikel 8.54

Algemene wet bestuursrecht artikel 8.55C

Wet waardering onroerende zaken artikel 30A

Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 30 maart

Informatiesoort: VN Vandaag

15

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen