X houdt indirect de aandelen in A BV. Op 31 mei 2018 worden onroerende zaken aan A BV geleverd. Op 16 oktober 2018 wordt de akte van oprichting van Q CV notarieel gepasseerd. A BV is de enige besturend vennoot van Q CV en X en zijn partner zijn de commanditaire vennoten. De economische eigendom van een deel van de onroerende zaken wordt in de CV ingebracht, waarbij de inbreng per 31 mei 2018 voor rekening en risico van de CV komt. Naar aanleiding van een onderzoek van de inspecteur naar de gang van zaken corrigeert de inspecteur de IB-aangifte 2018. Volgens de inspecteur is sprake van een uitdeling. Hij stelt dat de economische eigendom van de onroerende zaken niet per 31 mei 2018 in de CV is ingebracht, maar pas op 30 november 2018. De waarde van de onroerende zaken bedraagt op 31 mei 2018 € 2,2 mln en op 30 november 2018 op € 5,7 mln.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de inspecteur terecht een uitdeling in aanmerking heeft genomen in verband met de inbreng van de onroerende zaken in de CV. De inspecteur maakt aannemelijk dat sprake is van een vermogensverschuiving van A BV naar de CV. Volgens de rechtbank volgt uit de gedingstukken dat de CV niet eerder is opgericht dan de oprichtingsdatum van 16 oktober 2018. Uit een verslag blijkt dat er op dat moment al besprekingen met een koper liepen waardoor de onroerende zaken een hogere waarde vertegenwoordigden. Het gelijk is aan de inspecteur.
Wetingang:
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 4.13
Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Rubriek: Inkomstenbelasting
Editie: 3 april
Informatiesoort: VN Vandaag