De Hoge Raad geeft uitleg over de bewijslastverdeling in WOZ-procedures over de gecorrigeerde vervangingswaarde en de rol van taxatiewijzers daarbij.

X bestrijdt de WOZ-waarde van een schoolgebouw, bepaald op de gecorrigeerde vervangingswaarde. In geschil is de restwaarde van de opstallen, een van de variabelen bij deze waarderingsmethode. De heffingsambtenaar heeft bij het bepalen van die restwaarden gebruik gemaakt van de landelijke Taxatiewijzer onderwijs. De taxatiewijzer bevat per archetype kengetallen voor onder meer de (bruto) vervangingswaarde, restwaardepercentages en de afschrijvingstermijn. Bij Hof Arnhem-Leeuwarden is in geschil of de restwaarde aan het einde van de levensduur op nihil moest worden gesteld. Het hof oordeelt, onder verwijzing naar HR 23 oktober 2020, ECLI:NL:HR:2020:1671, V-N 2020/54.27, dat, nu partijen de Taxatiewijzer tot uitgangspunt hebben genomen, op belanghebbende de bewijslast rustte om aannemelijk te maken dat van de daarin vermelde restwaarden moest worden afgeweken. Het hof acht belanghebbende daarin niet geslaagd.

De Hoge Raad geeft uitleg over de bewijslastverdeling in WOZ-procedures over de gecorrigeerde vervangingswaarde en de rol van taxatiewijzers daarbij. De Hoge Raad benadrukt dat taxatiewijzers slechts hulpmiddelen zijn en geen bindende normen. Toetssteen blijft de waarde zoals omschreven in art. 17 Wet WOZ. De normale regels van stelplicht en bewijslast brengen mee dat de bewijslast in eerste instantie op de heffingsambtenaar rust. Dit geldt ook bij toepassing van de gecorrigeerde vervangingswaarde waarbij de technische veroudering in geschil is, ook wanneer de heffingsambtenaar zich heeft aangesloten bij een taxatiewijzer. Alleen indien een partij een bepaald onderdeel van de taxatiewijzer als uitgangspunt heeft aanvaard en vervolgens toch een afwijking bepleit, rust op haar de last de gronden daarvoor te stellen en bij betwisting aannemelijk te maken. Nu X de kengetallen voor de restwaarde uitdrukkelijk heeft bestreden, heeft het hof de bewijslast ten onrechte bij haar gelegd. De zaak wordt verwezen. Daarbij merkt de Hoge Raad op dat een taxatiewijzer slechts aan de beslissing ten grondslag mag worden gelegd indien de wederpartij effectief commentaar heeft kunnen leveren op de betwiste onderdelen. Daarvoor is niet altijd nodig dat de belanghebbende de beschikking heeft over alle (onderliggende) gegevens van de taxatiewijzer.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet waardering onroerende zaken artikel 17

Instantie: Hoge Raad

Rubriek: Waardering onroerende zaken, Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 16 februari

Informatiesoort: VN Vandaag

110

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen