Hof Den Haag oordeelt dat de rechtbank en het hof het uitstel van de zittingen terecht hebben geweigerd omdat X geen gewichtige redenen aanvoert. Zijn vragen over de dood van zijn vader raken de hoogte van de erfbelastingsaanslag niet.

X is kind van erflater A en diens echtgenote B en broer van de broers C en D. Na overlijden van A zonder testament geldt de wettelijke verdeling en alle erfgenamen aanvaarden de nalatenschap. Niemand doet aangifte erfbelasting. De inspecteur legt aan X ambtshalve een aanslag erfbelasting op en vermindert die bij bezwaar. X stelt beroep in bij Rechtbank Den Haag, die de aanslag vermindert en de uitspraak op bezwaar vernietigt. X stelt hoger beroep in bij Hof Den Haag. Hij verzoekt het hof om de zaak terug te verwijzen naar de rechtbank omdat deze een kort voor de zitting ingediend verzoek tot uitstel heeft afgewezen. Ook bij het hof dient X kort voor de zitting een verzoek om uitstel in.

Hof Den Haag oordeelt dat een partij alleen recht heeft op uitstel bij een tijdig en met gewichtige redenen onderbouwd verzoek. X was ruim van tevoren bekend met de zittingsdata van zowel de rechtbank als het hof en vroeg te laat om uitstel vanwege al langer bestaande twijfels over het overlijden van zijn vader, zonder concrete relatie met de erfbelastingaanslag. X' hoger beroep is ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Algemene wet bestuursrecht artikel 8.56

Instantie: Hof Den Haag

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Schenk- en erfbelasting

Editie: 12 februari

Informatiesoort: VN Vandaag

37

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen