X drijft een eenmanszaak in gebruikte personenauto’s en is bestuurder en enig aandeelhouder van X BV. In verband met een strafrechtelijk onderzoek naar X, ontvangt de inspecteur gegevens op grond van art. 55 AWR. De inspecteur start een boekenonderzoek en legt (navorderings)aanslagen IB/PVV 2018-2020 op. In geschil is of X de vereiste aangifte doet en of de schattingen van de inspecteur redelijk zijn.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat X de vereiste aangiften niet doet doordat de inspecteur met de vermogensvergelijking een aanzienlijke negatieve netto privébalans aantoont. De vermogensvergelijking bestaat uit concrete gegevens waaruit blijkt dat X meer uitgeeft dan hij als inkomsten in zijn aangiften opgeeft. De rechtbank acht daarom omkering en verzwaring van de bewijslast gerechtvaardigd en kwalificeert de inkomensschatting als redelijk. X doet niet blijken dat de aanslagen lager moeten uitvallen, zodat deze, behoudens de navorderingsaanslag 2019, in stand blijven.
Wetingang:
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 27E
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 16
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 55
Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 2 april
Informatiesoort: VN Vandaag